Richtlijnen Dierenwelzijn

Tijdelijk huisvesten van reptielen en amfibieën op de beurs.

Beleidsregel van de Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur houdende regels over de toepassing van artikelen 1.6, 1.7, 1.8 en 3.12. van het Besluit houders van dieren op het tijdelijk huisvesten van reptielen en amfibieën op een beurs, tentoonstelling of markt. De Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, Gelet op artikel 4:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikelen 1.6, 1.7, 1.8 en 3.12. van het Besluit houders van dieren;

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze beleidsregel wordt verstaan onder:
besluit: Besluit houders van dieren

Artikel 2. Reikwijdte

Deze beleidsregel geldt voor houders die een reptiel of amfibie tijdelijk huisvesten gedurende een beurs, tentoonstelling of markt en degene die de beurs, tentoonstelling of markt organiseert.

Artikel 3. Jonge reptielen en amfibieën

  1. Een beurs, tentoonstelling of markt is geen geschikte ruimte als bedoeld in artikel 3.12, eerste en tweede lid, van het besluit voor een reptiel of amfibie jonger dan twee weken.
  2. Indien een reptiel of amfibie als bedoeld in het eerste lid wordt gehouden op een beurs, tentoonstelling of markt wordt dit beschouwd als een overtreding van artikel 3.12 van het besluit.

Artikel 4. Temperatuur en ventilatie

  1. Wanneer de omgevingstemperatuur gedurende de beurs, tentoonstelling of markt lager is dan 18 of hoger dan 25 graden Celsius wordt dit beschouwd als een overtreding van artikel 3.12, eerste lid, onderdeel b, en tweede lid, van het besluit.
  2. Wanneer luchtverversingsinstallaties zodanig functioneren of de ruimte zodanig is ingericht gedurende de beurs, tentoonstelling of markt dat reptielen of amfibieën aan tocht worden blootgesteld, wordt dit beschouwd als een overtreding van artikel 3.12, eerste lid, onderdelen b en c, en tweede lid, van het besluit.

Artikel 5. Hanteren

  1. Een reptiel of amfibie wordt voldoende ruimte gelaten voor zijn fysiologische en ethologische behoeften als bedoeld in artikel 1.6, tweede lid, van het besluit in het geval het dier enkel uit de huisvesting wordt gehaald dan wel wordt verstoord of vastgehouden door de verkoper of een dierenarts indien dit noodzakelijk is:
    • uit medisch oogpunt;
    • voor de hygiëne van het reptiel of amfibie of de huisvesting; of
    • voor de koper om te beoordelen of het reptiel of amfibie voldoet aan zijn verwachtingen om de koopovereenkomst te sluiten.
  2. Indien bij het hanteren van een amfibie als bedoeld in het eerste lid, geen nitril handschoenen worden gebruikt, wordt dit beschouwd als een overtreding van artikel 3.12, eerste lid, onderdeel c, van het besluit.

Artikel 6. Huisvesting reptielen en amfibieën gedurende de beurs

Wanneer de ruimte waarin een reptiel of amfibie wordt gehouden gedurende een beurs, tentoonstelling of markt niet aan de volgende eigenschappen voldoet, wordt dit beschouwd als een overtreding van artikel 3.12, eerste en tweede lid, van het besluit:

Artikel 7. Minimale afmetingen ruimte

  1. Het reptiel of de amfibie beschikt over voldoende bewegingsruimte in de ruimte waarin het dier wordt gehouden als bedoeld in artikel 6, onderdeel d, indien:
    • ten minste 50% van het grondoppervlak van de ruimte vrij is voor beweging;
    • het dier 360 graden kan draaien in de ruimte;
    • het dier ongehinderd kan staan en liggen met de kop in de normale houding.
  2. Bij de toepassing van het eerste lid worden de door het dier ingenomen grondoppervlak en het grondoppervlak van de schuilmogelijkheid niet meegerekend.

Artikel 8. Huisvesting van hagedissen

Wanneer de huisvesting bestemd is voor hagedissen wordt, onverminderd artikel 6, als geschikte huisvesting gedurende een beurs als bedoeld in artikel 3.12, eerste en tweede lid, van het besluit beschouwd een ruimte waarin een hagedis wordt gehouden die:

Artikel 9: Huisvesting van slangen

Wanneer de huisvesting bestemd is voor slangen wordt, onverminderd artikel 6, als geschikte huisvesting gedurende een beurs als bedoeld in artikel 3.12, eerste en tweede lid, van het besluit beschouwd een ruimte waarin een slang wordt gehouden die:

Artikel 10: Huisvesting van land- en waterschildpadden

Wanneer de huisvesting bestemd is voor land- en waterschildpadden wordt, onverminderd artikel 6, als geschikte huisvesting gedurende een beurs als bedoeld in artikel 3.12, eerste en tweede lid, van het besluit beschouwd een ruimte waarin een land- of waterschildpad wordt gehouden die: